Activiteitenverslagen

Foto's van onze activiteiten kan je bekijken op onze Picasa site.

Verslag Workshop van 16 september 2017 over het zelf maken van ecologische producten sfeerbeeldje workshop

Op de raaklijn met het thema milieu, duurzaamheid en gezondheid organiseerde Natuurpunt Boven-Schelde op zaterdag 16 september een doe-activiteit, een workshop dus, met als doel het maken van een ecologische, natuurlijke shampoo en conditioner. 

Wie aanwezig was, kreeg eerst een introductie over de nadelen voor het milieu en de natuur, van traditionele verzorgingsprodukten en huishoudprodukten.

Bepaalde chemische bestanddelen in shampoos bijvoorbeeld, kunnen niet door een zuiveringsinstallatie gefilterd worden.  En kunnen zo in ons oppervlaktewater terechtkomen en bijgevolg van invloed zijn op het slagen van natuurdoelen.

Maar ook de productie zelf is vaak milieubelastend: zowel wat de inhoud als wat de verpakking van die traditionele producten betreft.  Want niet alle verpakkingen worden gerecycleerd of hergebruikt, en helaas komen we ze ook wel eens als zwerfvuil tegen in de natuur. 

workshop ecologische productenBijzonder goede redenen dus om zelf aan de slag te gaan.  De 12 aanwezige enthousiastelingen kregen vervolgens van herboriste Martine Van Huffel (Eyneakker) een recept om afwasmiddel te maken, twee shampoos en een na-spoeling op basis van appelazijn.  En ze konden meteen aan de slag; druk in de weer met het noteren van de recepten, met het afmeten van ingrediënten, geurend aan essentiële oliën en roerend met de spatel. 

Trots en tevreden, want voorzien van hun eigen creaties gingen ze weer naar huis.  Benieuwd naar de resultaten!!

verslag door Caroline Vlaeminck

  

 

Verslag Zeehondentocht van 21 augustus 2017

Ons hoofddoel vandaag waren natuurlijk de zeehonden, weliswaar met een mooie wandeling voor en na. En als het kan, niet teveel regen. Want voor vandaag werden er buien met opklaringen voorspeld. De groep werd bewust beperkt tot 35 deelnemers, om de wandelingen aangenaam te houden. Voor wie er niet bij kon zijn: geen nood, volgend jaar organiseren we opnieuw een zeehondentocht eind augustus. Wacht dan echter niet te lang om in te schrijven!

Jan had zijn tocht prima voorbereid, met adressen van alle beginpunten zodat we niet in een lange sliert na elkaar moesten rijden. Onze eerste stop was de Sophiapolder, één van de vele mooie Zeeuwse natuurinrichtingsgebieden. De eilandjes, ondiepe meren en plas-dras gebieden zijn ideaal voor watervogels, die volop aanwezig waren. Na wat zoeken werden de drie futensoorten (Gewone Fuut, Dodaars en Geoorde Fuut) gevonden. De eenden waren nog in eclips en zagen er allemaal als wijfjes uit. De Brandganzen daarentegen waren op hun paasbest en toonden dat ze toch heel wat mooier en sierlijker zijn dan Canadese Ganzen. De telescopen waren nuttig om de steltlopers er uit te halen: Groenpootruiter, veel Wulpen, enkele Oeverlopers, wat Kluten en een Kleine Plevier. Ook het grotere formaat – Blauwe Reiger, Kleine Zilverreiger en Lepelaar – tekende present, samen met een jagende Bruine Kiekendief die af en toe de hele boel de lucht injoeg.

Eind augustus is het begin van de trek, en dat was te zien aan de sternen (Visdief, maar ook Zwarte Stern). Hier en daar vloog er nog een late Gierzwaluw rond (de meesten zitten nu al terug in Afrika), maar ook de drie soorten zwaluw (Huiszwaluw, Boerenzwaluw en Oeverzwaluw) waren volop aan het foerageren om zich vol te proppen voor de reis naar het zuiden.

We waren ongeveer klaar om naar Breskens te vertrekken, toen het begon te motregenen. Na een koffietje in Breskens (het regende intussen goed door) stapten we in de auto’s om naar de zeehondenboot De Festijn te rijden. En toen hield het op met regenen. Van een goede timing gesproken!

In de Westerschelde net ten zuiden van Breskens liggen de Hooge Platen, een reeks zandplaten die twee maal per dag onder water lopen. Behalve De Bol, het hoogste stuk van de Hooge Platen: die loopt alleen bij springvloed onder water. Daarom is De Bol een belangrijke broedplaats voor zeldzame vogels zoals Dwergstern, Grote Stern en Strandplevier. Maar ook de zeehonden zoeken De Bol graag op bij hoogtij, omdat het de enige plaats is waar ze nog kunnen uitrusten. Onderweg naar De Bol stonden grote groepen Scholeksters op één pootje te rusten, en af en toe dook er een zeehondje op voor de boot. Naarmate we dichter bij De Bol kwamen, zagen we dat een grote groep zeehonden op ons lag te wachten. Allemaal gewone zeehonden zo bleek. Grijze Zeehond komt hier ook voor, maar die waren nog aan het rondzwemmen. Iedereen kreeg uitgebreid de gelegenheid om de luilekkerende dieren goed te bekijken, hoewel een verrekijker toch wel aan te raden was.

We picknickten bij Nummer Eén, een wat rare naam voor een ander natuurinrichtingsgebied en broedplaats van kustvogels. Ook hier Lepelaars en Kleine Zilverreigers, plus een groepje uitrustende steltlopers (op weg naar…): Rosse Grutto, Groenpootruiter, Kemphaan en Tureluur. Grote Stern broedt hier, er was nog een gemengde groep met Visdieven aanwezig. Wat wellicht het meest zal bijblijven is een Slechtvalk die gemobd werd door een Visdief. Een zoektocht naar zoutplantjes leverde Zeekraal, Zilte Schijnspurrie, Zeeaster en Zoutmelde op.

Afsluiten deden we met een mooie wandeling in de Braakman. De zon was intussen volop aan het schijnen, wat de insecten naar buiten deed komen: veel libellen, Groene Sabelsprinkhanen, Gehakkelde Aurelia’s en andere vlindersoorten. Langs een bosrand stootten we een Buizerd op, die in de berm iets zat op te eten. Een Wezel, zo bleek. Een beetje verder, aan een vossenburcht, kwamen we een andere prooirest van een roofvogel tegen: een wespenraat, uitgegraven door een Wespendief. De put waar het wespennest in zat lag er verlaten bij… Een mooie uitwuiver waren de kalkweiden vol met Fraai Duizendguldenkruid (een soort gentiaan) en vooral de prachtig getekende Parnassia’s.

 

Guy Huylebroeck

 

Verslag Amfibieëntocht for kids van zondag 16 maart 2014

Op zondag 16 maart was het verzamelen geblazen voor een kidstocht(je) over amfibieën. De 4 aanwezige gezinnen werden verwelkomt door een specht, knorrende padden en nestelende bijen en dit onder een stralende zon.
 
Was het enkel jeugdig enthousiasme of zat het mooie weer er ook voor iets tussen? Geen idee, maar de kinderen konden niet wachten om de amfibieënbarrière te controlen. Na een korte uitleg over het vastpakken van amfibieën (steeds met vochtige handen!) werden de kinderen losgelaten op de wachtende padden, kikkers en salamanders.
 
Aan de poel zelf kreeg iedereen een korte les (of opfrissing) over de verschillen en gelijkenissen tussen amfibieën en reptielen. Daarna mochten de kinderen aan de hand van zoekkaarten de verschillende dieren op naam brengen. Uiteindelijk werden er een vrouwtje en een mannetje Vinpootsalamander, 6 Bruine kikkers en 74 padden vrijgelaten in het water. In de poel konden we ook mooi de verschillen zien tussen de klompjes kikkerdril en de snoeren van padden.
 
Aangezien er eigenlijk niemand naar huis wou gaan, bleven we na afloop nog een tijdje genieten van het mooie weer en de natuur (met speciale dank aan meneer of mevrouw haas). Ik kijk er al naar uit om dit volgend jaar opnieuw te beleven. Doen jullie ook terug mee?

Wim Dries

Verslag beheerwerkdag 8 maart 2014

Beheerwerkdag 8 maart 2014Op de derde beheerwerkdag van 8 maart 2014 werden we niet alleen gezegend met prachtig weer maar evenzeer met de hulp van de verkenners van scouts "de vleermuis" uit Dikkelvenne. 25 Jonge krachten en hun begeleiders, niet steeds met het aangepaste schoeisel voor het drassige bos maar met des te meer enthousiasme, gaven het lokale beheerteam een flinke steun. 

Ter hoogte van de Schelderodeput en omgeving in Schelderode werd een hele dag stevig gewerkt voor herstel en behoud van landschap en natuur. Oude afsluitingen werden verwijderd, allerhande afval werd opgeruimd en een ingevallen schuurtje werd afgebroken. Twee omgevallen bomen werden verzaagd en verwijderd alsook een paar extra dode bomen die dreigden de nieuwe afsluiting te vernielen.  In Semmerzake werd een nieuwe houtwal aangelegd.

Veel werk maar gelukkig ook veel helpende handen van onze vrijwilligers en van de scouts. De gemeente Merelbeke zorgde voor 2 containers die vlotjes gevuld werden. De mama van Gert zorgde voor lekkere verse kervelsoep en onze catering dienst "Fernand gourmand" voorzag ons van de nodige versterkingen. 

In het verlengde van deze activiteiten zal het professionele beheerteam van Natuurpunt de afsluitingen vervangen. Zowel de Schelderodeput alsook het grote begrazingsblok (17 ha!) aan de overkant van de Langeweide worden van een afsluiting voorzien zodat de terreinen extensief begraasd kunnen worden.

Verslag Spechtentocht van zondag 23 februari 2014Middelste Bonte Specht

Een klassieker onder de vogeluitstappen; en niet enkel omdat je daar een 'grand slam' kunt slaan, maar ook gewoon omdat dat daar heel schoon wandelen is. Je kan er de Zwarte en Groene specht vinden, en de bonte spechten in dezelfde formaten als bij een pak frieten: groot, middel en klein. Veel volk op de been dus, en de weinigen die geen laarzen of zware viermaalvier-bottinen aanhadden, hebben het zich waarschijnlijk beklaagd.

De Makegemse (of Makkegemse, als je van Merelbeke bent) bossen dus. Goed om nog eens de uitleg van Guy over dit boscomplex te horen, en ondertussen merken dat er een Groene Specht aan 't roepen is. Voilà. Da's al nummer één voor vandaag.

Met verschillende stops tussendoor en een iPod met versterker, werden de spechten uitgedaagd om te antwoorden. Met wisselend succes; het afspelen van de Middelste en Kleine bonte specht resulteerde op een gegeven moment in een antwoord van een Grote bonte. Het was alsof ze hadden afgesproken, de rotzakjes. Toch één keer gehad geluk, waarbij een Grote bonte én een Zwarte specht om beurten aan 't roffelen waren. Zo kon je er goed de bas-toon uithalen van de zwarte. Klein zangvogelgrut zat er ook genoeg in de bomen: Winterkoningen, Roodborsten, vinken, een boom vol Sijsjes en Barmsijzen, mezen allerhande, Boomklevers en Boomkruipers, voor ieder wat wils. Leuke waarnemingen ook van twee zangposten Grote lijster, en een Buizerd liet zich ook een paar keer zien.

Bij de uitleg over de verschillende soorten salamanders die er voorkomen en over het poelenproject om die in stand te houden, waren er een paar – yours truly inclusief – die efkes opkeken bij het horen van een verre 'kikikikikiki'-roep. Tiens. Vermoeden van kleine bonte specht? Officieel niet bevestigd, maar ik reken die er toch optimistisch bij voor vandaag. Rest nog de middelste bonte; maar ondanks lokpogingen bleef die koppig stil.

Op de terugweg ook nog goudhaantjes in de sparren gehoord, en die zijn wel handig te lokken; zodat je plots een verbouwereerd Goudhaantje schel zijn zang hoort afsteken. Hoe zou je zelf zijn,  als je zo'n erotische lokroep hoort. Tip voor de wandelaars: vanaf volgend jaar zullen er verschillende paden worden afgesloten om de bossen een meer ecologische functie te geven en minder rustverstoring te hebben. Ravotten kan dan in het - nog ietwat prille - stadsbos van Zwijnaarde. Minder paden dus, maar hopelijk wel meer spechten en ander schoons. We zien ernaar uit.

Tim De Winter

Verslag Zeelandtocht van 9 februari 2014

De Zeelandtocht had deze keer een behoorlijk hoog safari-gehalte: veel in de auto zitten en uit de auto kijken. Beestje gezien, dag beest, volgend beest. De voornaamste reden was dat meneer Beaufort ons had voorzien van windkracht 7, wat in het vlakke en striemende polderland daar een geweldig effect had. De ene echte wandeling die we deden, langs de Deltahaven op Neeltje Jans, werd uitgevoerd in gebogen en/of zijwaarts-lopende toestand. Telescopenwerk was onbegonnen, en zelfs stilstaan en verrekijker-kijken was enkel voor kloeke en standvastige lieden. Dus, beestjes kijken vanuit de auto dan maar.

We zagen ze al vliegen (enfin, sommigen toch) toen we de Westerscheldetunnel uitkwamen: een Blauwe Kiekendief in de grauwe ochtend, alstublieft. Aan het natuurreservaat Middelplaten begon het echte werk: Kanoeten, Wulpen, Kluten, Zwarte Ruiters, Groenpootruiters, Tureluurs, een héle hoop Bonte Strandlopers, Scholeksters, Bergeenden, Zilverplevieren, enkele Knobbelzwanen, twee Rosse Grutto's en een bende Rotganzen. Als ochtendhap kan dat al tellen.

Verder langs het Veerse Meer deden we lustig voort: veel Middelste Zaagbekken, Krak-, Kuif- en Wilde Eend, een Buizerd en Brilduikers. Voorbij de jachthaven aan de Muideweg leverde ook schoon spul op: Kleine Zilverreiger, Dodaars en Eidereend.

Neeltje Jans dan, een eilandje dat altijd goed is voor leuke beesten, al was er veel copy-paste bij: alweer Middelste Zaagbek, Rotganzen, Fuut, maar ook Grote Mantelmeeuw, Steenlopers, Dodaars, Putter en Oeverpieper. Tegen dan was de lucht uitgeregend en hadden we een eerste (en eigenlijk enige) strekking der ledematen kunnen uitoefenen. Zoals reeds gezegd ging dat wegens klimatologische omstandigheden niet altijd even rechtlijnig.

Met Geert als GPS hebben we iedere polderweg gezien, elke dijk omvergereden en de laatste drassige en ondergelopen polderweide uitgekamd. Die polders en natte stukken waren goed voor enkele speciallekes: weiden vol Rotganzen en Brandganzen; waarbij er één Zwarte Rotgans tussen zat. Omdat er aan de Plompe Toren een Rosse Franjepoot was gesignaleerd, gingen we uiteraard eens kijken. Het beest werkte niet mee en bleef massief onzichtbaar, maar wél leuk te zien was een Alk op de Oosterschelde ginder.

En dan, uiteraard, Brouwersdam. De kers op de zalm, het neusje van de taart, er is altijd wel iets te beleven daar. Zwarte Zee-eend, Brilduikers, IJsduikers, Roodkeelduikers, een kudde Scholeksters, Drie IJseenden, Paarse Strandlopers en Steenlopers, Zilverplevieren, Bontbekplevier, twee Zeekoeten, Drieteenmeeuwen; enfin, daar kan je als eens vroeg voor opstaan.

Na de lunch met - ah, wie had dat gedacht - meer zon en minder wolken, via de Ouddorpse haven en wat polderwegen terug. Wat licht gevogelte bekijken doet de spijs beter verteren, dus dan krijg je wat Smienten, Wintertalingen, Bergeenden, Brandganzen en Kolganzen en Rotganzen, een hele kudde Tureluurs, en Kleine en Grote Zilverreiger.

Terug naar Brouwersdam, deze keer met eb, handig voor die andere leuke beesten: Grijze Zeehonden. Die steken dan hun kop boven water en knipogen eens naar die rare vogelaars in de wind. Maar ziet, het kan nog veel beter. We zagen alles van in de voormiddag nog eens opnieuw, met als dessert van de dag een Zwarte Zeekoet. Dat staat vet en onderlijnd in het waarnemingenboekske.

De rest van de namiddag was het veel autorijden, checken waar die Franjepoot zit (niet gezien, helaas), en onderweg rond Serooskerke en Kerkwerve nog wat extra soorten meepikken. Kleine Zwanen in een veld, bijvoorbeeld. Eenden bij de vleet, in alle soorten en gewichten. Enkele troepen Brandganzen en Rotganzen, of drie Lepelaars in de zompige weiden.

Voor 'Plan Tureluur' riskeerden we toch nog eens een blik achter de kijkwand, met een paar honderden Kluten, een Slechtvalk, en aan de andere kant een hele hoop Goudplevieren, schoon in de zon. De fut was dan al ver op, zowel bij 't zonneke als bij vogels en vogelaars. Maar het is goed geweest. Het weer mocht iets rustiger, maar de het gevogelte maakte heel veel goed. Dit was absoluut één van de betere edities, graag nog van datte. Volgend jaar weer!

Tim De Winter

Verslag Kiekendieventocht van 11 januari 2014Blauwe Kiek

Ah, de kiekendieventocht. De eerste echte uitstap van het jaar, je moet er gewoon bij zijn. Happy dinges wensen, totten geven, en kiekendieven kijken. Want daar komen we uiteraard voor. Naar Kallo dus, richting Groot Rietveld, want daar zitten die beesten. Leve Linkeroever en elektriciteitspylonen allerhande, da's altijd goed om een Slechtvalk tegen te komen. Ter plekke was het voor de mensen die de Nieuwe Wildernis gezien hebben een beetje déjà-vu, daar liepen zowat dezelfde Konik-paarden rond als die er in (te?) grote getale in de Oostvaardersplassen rondcrossen. Die beesten hadden een hoge aaibaarheidsfactor, ook letterlijk; al moest je wel opletten waar je liep van de, hum, Konik-vlaaien. Enfin, we kwamen voor de vogels, nietwaar.

En ja hoor, drie wijfjes bruine kiek doorkruisten daar de hemel, en op het water dobberden Tafel- en Kuifeenden. Grote rietpartijen ginder, altijd handig voor rietvogels; al bleef het bij één enkele enthousiaste Cetti's zanger. Het is beter dan niets. Wie gefocust naar het pad keek zag tussen de vlaaien ook Vlekplaat, een paddenstoel die bij voorkeur op mest groeit. Daar was er dus zeker genoeg van. Een rappe Sperwer vluchtte de struiken in, en wie voorop liep kon de vinken en mezen tellen die door de aanwezige klein mannen werden opgejaagd. Verder op de plassen vooral bekend wintergrut: Slobeenden, Bergeenden, Grauwe, Canadese, Nijl- en Brandganzen en Wulpen. Een Watersnip reeste voorbij met zijn typische hese schoonmoederroep, en aan de auto's zat een Boomkruiper te roepen.

Volgende stop: de Verrebroekse plassen. Met twee groepen die elk een kant van de natte stukken opgingen en ondertussen keek en luisterde naar wat opvloog: meestal heb je dan kans op Watersnip (zes keer) en als je geluk hebt, een Bokje (één keer). Op de plassen zelf en in de lucht behoorlijk wat volk: de obligate ganzenfamilies – idem als aan het Groot Rietveld – en nogal wat eenden: Kuif-, Slob- en Wilde eend en Smient, en als kers op de vlaai zaten er een drietal Nonnetjes en een Brilduiker. Op het Verrebroekdok zelf dobberden 45 Futen. Hier moet wel vis zitten, blijkbaar.

Laatste halte: Saeftinghe, uiteraard. Van industrie naar polderlandschap, het duurt daar nog geen vijf minuten. Je staart je er scheel op de spruitjes en af en toe zie je dan rare dingen zoals dat groot wit beest dat daar vloog. Grote zilverreiger, dus. Vanop de dijk en de kijkhut aan de gasleidingen, met zicht op Verdronken Land, konden we beginnen. Bergeend. Kievit. Wulp. Tureluur. Kolgans. Zwarte Ruiter. Wijfje Blauwe kiekendief. Een kat. Slechtvalk op een paaltje. Zowel met telescoop als met verrekijker was er wel iets te zien, als was een tele daar echt wel handig. Ondertussen was het al laat geworden zodat met de starblauwe hemel en de ondergaande zon veel vogels herschapen werden tot Tegenlicht-eend en dergelijke, een teken dus dat we – met of zonder borrel – naar huis konden gaan. Het was ferm in orde. Kiekendieven gezien op een kiekendieventocht: we hebben dat weer goed gedaan.

Tim De Winter

De 20 km van Brussel, 27 mei 2012: 8 km te ver, 25 kg te dik, 01:28:04 te traag.

Vroeger, toen de dieren nog spraken, was lopen mijn passie. Het ging hard, loeihard, en ik deed het graag. Nu, 30 kg dikker, gaat het minder maar de passie is er nog steeds. Passie voor lopen. Me, myself and I. De ene voet voor de andere, nergens heen, voor meer en betere natuur voor iedereen.

Zondagochtend, 27 mei. Op het perron van Gent-Sint-Pieters staan opvallend veel afgetrainde lijven. Kuiten om een koe mee dood te slaan, high-tech hartslagmeters, isotone drankjes in een gordel rond de heup gegespt. Wat sta ik hier in godsnaam te doen? De trein rijdt op verwachting. Verwachting over de beoogde persoonlijke eindtijd, verhalen over trainingsschema’s die daarvoor werden afgehaspeld, overdrive gesprekken over de marathon van Rotterdam en Boston. De trein spoort naar Brussel-Centraal, waar de atletische bende aanzwelt. Ondergronds, in de metro naar De Merode, wordt het nog gekker: 33.000 mensen, allen op weg naar de start van de 20 km door Brussel, de moeder van alle stadslopen, het Mekka voor God en Klein Pierke die zich even ‘atleet voor één dag’ weten.Dominique Verbelen

Het gros draagt looptruitjes met voorthobbelende reclame voor één of ander goed doel. Child Focus, Artsen zonder Grenzen, de Brailleliga, het Rode Kruis, Vredeseilanden. Ook Natagora grijpt deze stadsrun al enkele jaren aan om centen bij elkaar te lopen en dit jaar nam Natuurpunt voor het eerst de handschoen op. Met 32 waren we. Allen in box zes. Kanonschot en weg dermee: run for nature!

Wat volgt is een wiegende mensenzee door de straten van hartje Brussel. Overal lijven in strijd met zichzelf, vechtend onder een loden zon. 33.000 lopers en toch is het stil. Enkel de gestage cadans van tienduizenden voeten, zuchten op een overslagritme, met bakken respect voor elkaar. Allemaal winnaars. Aan de kant staat een kleine meid te juichen wanneer paps voorbij komt. ‘Allez papa!’. De Afrikaanse tamtamkloppers versterken het tropisch gehalte. Mooi toch, zoveel mensen samen, 72 nationaliteiten, elk met een eigen verhaal, op weg naar het Jubelpark. Onderweg voert het Rode Kruis 657 interventies uit en de warmte eist haar tol: 24 mensen worden gehospitaliseerd. Na 01:00:52 komt de 25-jarige Ethiopiër Dame Tasame over de meet. Een gemiddelde van 20,11 km/u. Gekkenwerk. Helden. Maar misschien zijn de echte helden wel de mensen die hier echt afzien, de mindere goden van het asfalt, mensen met een missie. Sommigen zijn nog maar een schim van zichzelf, na een zware chemo, het verlies van een vriend, een slepende verslaving of een knoert van een depressie. Voor hen is dit niet zomaar een loop: ze halen hier een overwinning op zichzelf. Karakters, keikoppen, doorzetters. De 20 km van Brussel sluit eigenlijk perfect aan bij waar Natuurpunt voor staat: samen, in beweging, vooruit, gezond, moeilijk gaat ook, sportief, geëngageerd afzien maar met een enorme voldoening over de bereikte resultaten, elk jaar weer. Een verhaal van mensen met passie, doorzetters, believers, positivo’s, net als de lopers van de 20 km van Brussel.

Na kilometer 12 moet ik de kopgroep van 24.441 man laten gaan. Beetje bij beetje word ik vervoegd door oud-strijders, mensen van café ‘Het Bierbuikske’ of lopers verkleed in een konijn, Superman of Elio Di Rupo. Zo rap als het vooraan gaat, zo goed is de sfeer in de achterhoede, waar de echte helden weigeren te sterven. Na 02:28:54 waggelen we over de meet, iets sneller dan de 02:42:26 van vorig jaar. Snel drie gratis Marzen naar binnen werken, medaille in ontvangst nemen, metro in, metro uit, trein in, trein uit en dodo. Grote dodo, 1,7 kg lichter en een goeie 1.000 euro aan sponsorgeld rijker, voor de Scheldemeersen. Blij dat we er weer bij konden zijn, en volgend jaar gewoon opnieuw. Indien de huidige progressie zich blijft doorzetten, kunnen we binnen een goeie acht jaar die Kenianen, Ethiopiërs en Marokkanen nog flink pijn doen. Zucht… Met dank aan alle sponsors! O ja: voor wie zich schuldig zou voelen dat hij zo’n heroïsche prestatie nog niet financieel heeft gesteund: een gift kan nog steeds, op het reservatenfonds van Natuur.Boven-Schelde BE56 2930 2120 7588 met vermelding ‘project 6633, Scheldemeersen, 20 KM van Brussel Dominique’.

Dominique Verbelen

Kanaaltocht 20 mei 2012 Roodborsttapuit

Om 7.30 uur eraan begonnen met eerst de oudste, meest begroeide vlakte. Aan de parkeerplaats een hoog geïrriteerd paartje Wietekkers (noot: Roodborsttapuit). Mooi afgewerkte beestjes die mannetjes, ik zou ze zelf niet schoner kunnen maken. Een zangpost Rietzanger in de vlakte was nieuw: doordat die nu deels onder water staat, is de vlakte nu duidelijk ook aantrekkelijk voor Rietzanger. De Sprinkhaanzanger zong slechts 2 seconden tijdens het passeren.

We vonden verscheidene nesten: Rietgors met 5 eieren (prachtige hiërogliefen), een Graspieper met 4 eieren en één met 4 jongen van ongeveer een week oud. Allemaal netjes op zandrugjes waar geen gevaar voor overstroming was. Op de vlakte aan de rand van het dok alarmeerde een mannetje Grutto. Ik vermoed dat daar een broedend wijfje op zit, een nieuwe broedvogel voor het gebied. Wulp was hier ook weer vocaal.Kluizendokken Toch weer opletten voor een mogelijk broedgeval. In het schapenraster zong een Kwartel, drie maal duidelijk gehoord, maar niet echt te lokaliseren.

Op het plasje zaten veel Kuifeenden, zingende Dodaars en overvliegende Kluten. De peillat gaf 1.63 m aan. Op 6 april 2012 was het laagste peil hier 1.42 m. De waterstanden gaan dus omhoog in plaats van omlaag deze lente! En dat is ook te zien aan de nieuwe vlaktes richting ovaal van Wippelgem. Er zaten nogal wat Tureluurs (vermoedelijk 3 à 5 broedgevallen), Slobeenden (vooral mannetjes), 2 man Zomer- en een Wintertaling, Bosruiter, 3 Groenpootruiters, 3 Krombekken, 5 Bontbekken en een Kleine Strandloper. En dan spreken we al niet meer over de broedende Steltkluut! Ook Kluten lijken te koloniseren, er is al één vast nest maar dat gaat zeker naar vijf of meer gaan. Bijzonder leuk was het tweede kalenderjaar wijfje Smelleken dat op de grond zat in de vlakte, we zijn toch al 20 mei ondertussen! Het aantal Kieviten is minstens het drievoud van vorig jaar.Kemphaan

Veldleeuweriken, met zoals steeds tientallen zangposten, zijn hier gaan schuiven want nogal wat territoria van maart staan volledig onder water. Opvallend ook hoe hier overal Krakeenden rondhangen in de vlakte. In een droog voorjaar zoals vorig jaar tel ik misschien 2 à 3 broedparen. Hetzelfde geldt trouwens ook voor Bergeend. We liepen van de brug langs de sloot richting middenstuk.

De broedvogels verdragen dit blijkbaar niet, ook het wijfje Steltkluut verliet het nest. Best op de brug blijven dus. Langs de beek tekenden we verscheidende koppels Graspieper op, een alarmerend koppel Gele Kwik, een wijfje Tapuit (late doortrekker) en plots 8 Kemphanen waarbij 3 rosse mannetjes. Deze laatste begonnen als zot te baltsen tegen hun vrouwtjes: pure sexuele intimidatie. Maf om zien bij ons! Zouden ze durven blijven?

Geert Spanoghe

Steltlopertocht 12 mei 2012Steltlopertocht 2012

Er rust een vloek op de thematische uitstappen van de Vogelwerkgroep. Het ene jaar vriest het tijdens de Bokjestocht, en het andere jaar is het te nat. Het resultaat is echter telkens hetzelfde: geen Bokjes. Ook zo met de steltlopertocht: teveel water, zodat er geen modderstrookjes meer overblijven en er dus ook bijna geen steltlopertjes te bespeuren vallen. Bij een poging met de moed der wanhoop in het Kluizendok konden we ons nog troosten met het broedkoppel Steltkluut, wat gewone kluten en mannetjes Zomertaling, maar in de Bourgoyen was er behalve pijs en vree en een eenzame Oeverloper niet veel steltloperachtigs te melden.

Guy Huylebroeck

Ochtendwandeling in de Kriephoek en de Bolveerput 6 mei 2012Bolveerput

Maar acht moedigen trotseerden de dubbele uitdaging van vroeg uur en lage temperaturen. Vooral in de Bolveerput waren de vogels goed op dreef, het was een goede oefening om Grasmus van de net teruggekeerde Tuinfluiters te onderscheiden. Bij het zien van een Bruine Kiekendief hielden we even de adem in en begonnen we al wild terug te denken aan het broedseizoen van 2010, toen er een broedpoging afgebroken werd door een quadder die tegen alle verboden in door de rietkraag kwam scheuren. Helaas werd die waarneming later niet bevestigd, het moet toeval geweest zijn. Cetti's zanger - de pionier van het Gentse - zat weer op zijn stek te zingen.

Groot jolijt kwam er trouwens van de plantenkant, toen er grote partijen Gevlekte Scheerling ontdekt werden in de Bolveerput. We zullen er maar niet bijzeggen wie er allemaal begon weg te dromen van een theetje zetten voor vrouwlief...

Guy Huylebroeck

The Big Five returns! Salamandertocht 5 mei 2012

De Makegemse Bossen. Eén van de best bewaarde geheimen uit de Zandleemstreek. Een topper van Europees  formaat, oase van rust, vlakbij de voorstad die groeit. Voor velen was het een aangenaam weerzien, voor anderen een openbaring, op zoek naar the Big Five.

Het is  geen gemakkelijke keuze. Moeten goed bewaarde geheimen nog beter worden verborgen of kom je beter sporadisch uit de kast met wat je hebt? Voor beide pistes valt wat te zeggen. Wanneer ecologisch waardevolle gebieden maximaal worden ontsloten, voorzien van bewegwijzerde routes en flaneren in toeristische brochures, is er soms geen houden meer aan. Toeristen, de ene wat groener dan de andere.

De gelaarsde wandelaar wijkt algauw voor het standaard koppel met mondain schoeisel. En mondain schoeisel vraagt nog gauwer om een knuppelpad (Tommy Hilfigers verdragen immers geen modder). Knuppelpad, bankje, obligaat infobord en de parel wordt mat. Pannenkoekenhuisje, parking, infocentrum, overschreden draagkracht. Een aantal van de bosgebieden in de Vlaamse Ardennen heeft het aan den lijve mogen ondervinden: de tol van massatoerisme, wanneer groenige commercie het overneemt van intrinsieke rust.

Gelukkig zijn we daar in de Makegemse Bossen nog niet aan toe, en als het van Natuurpunt afhangt, zal het ook nooit zo ver komen.
Eén van de dingen die een ongecontroleerde stroom aan wilde genieters kan voorkomen, zijn geleide wandelingen. Stel het bos open, haal de schatten uit de kast, maar doe het niet te vaak. Zo nu en dan een spechtentocht, luisterend fluisterend op zoek naar de Franjestaart of speurend naar salamanders. Door gericht uit te pakken, krijgt de Makegemse Bossen de supporters die het verdient. En die supporters waren talrijk aanwezig op de Big Five. Veel klein mannen ook. Altijd leuk.

De tocht gaat van het Heilig Geestgoed, langsheen het Harentbeekbos en het Makegembos door het Bruinbos en drie uur later zit het erop. Drie uur om het verhaal te brengen van Middelste bonte spechten, Evers en Nachtzwaluw. Muskuskruid, Wilde hyacint, Bosbingelkruid, Dalkruid en Daslook. Natuurpunt heeft een paar stevige hoofdstukken in deze bossige bestseller. Het poelenplan is er één van. Een man, een plan, en het kwam ervan. Gegraaf, niet door De Ferraris, maar door moderne machinerie. Poelen. Hoe meer, hoe beter. Amfibieën weten zoveel diepgrondelijke ijver wel te smaken. In een aantal van die nieuwgraven poelen had Dominique enkele fuiken uitgezet, goed voor 34 Vinpootsalamanders en vier Alpenwatersalamanders in de eerste poel, 49 Vinpootsalamanders, 27 Alpenwatersalamanders, 21 Kleine watersalamanders en acht Kamsalamanders - de Waterdraak van Makkegem - in de tweede. De Hoorn des Overvloeds. Maar waakzaamheid blijft geboden.

Worden de ecologische waarden van de Makegemse Bossen dan bedreigd? Op papier niet. Alles zit goed maar de voorbije jaren heeft het al een paar keer niet veel gescheeld. Een beek die - zonder vergunning - van betonprofielen werd voorzien maar op bevel van ANB binnen de kortste keren weer in oorspronkelijke staat moest worden hersteld. Plannen van de Merelbeekse Betonmaffia om de Makkegemstraat te verbreden. Even snode provinciale plannen om een mountainbikeroute neer te poten in het Nerenbos en het Luisdonkbos. Sterk bespoten preivelden die het fragiele aquatische milieu blijvend belasten. Boer probeert poel droog te trekken. You name it, we got it. Natuurpunt houdt voortdurend de vinger aan de pols. En soms slaat de pols eens over, wanneer blijkt dat de lokale populatie Kamsalamanders keldert van 96 (in 2010) naar 34 (in 2012), vermoedelijk als gevolg van slecht getimede bosbeheerwerken, of wanneer twee nestbomen van Middelste bonte specht worden gekapt.

Of het Bruinbos stilaan verandert in een open kampement. De bossige bestseller heeft haar donkere regels en een event als de Big Five leent zich ertoe om ook die aan de deelnemers van deze tocht mee te geven. Geen erg. Natuurpunt waakt. Ook tijdens de Big Five, wanneer een Zwarte specht probeert ongemerkt over te vliegen, een Rode eekhoorn vooral de andere kant van de boom blijkt leuk te vinden of een Vuursalamander rustig wegkruipt in het duister van het bos. Een mooie wandeling, die de deelnemers op ongekende stukken bracht. Ondanks een miezerige start werd het weer fraai. Op naar een volgende editie.

Dominique Verbelen

Broedvogelmonitoring in de Gentse Kanaalzone 21 april 2012

Winters weer deze morgen. Gezien de vele Kieviten en andere soorten met eieren en jongen zitten, zijn we dan ook niet door de vlaktes gaan lopen. De vlaktes staan weer vol met diepe plassen, waar echter geen enkele trekkende steltloper op te bespeuren viel.

Op Kluizendok kwamen we niet verder dan immature Slechtvalk, auditieve Regenwulp, zingende Wulp (mogelijke broedvogel), zangpost Dodaars, 3 Roodborsttapuiten en 5 Tapuiten. Met wat nieuwe Blauwborsten staat de teller ondertussen op 21, maar we missen er zeker nog een paar op klassieke plaatsen. Op een verwilgd reststuk aan de noordzijde hadden we 4 zangposten Fitis, niet evident ergens anders in Gent. Daarna richting Callemansputte waar we prooioverdracht zagen bij een koppel Bruine kiekendief. Een koppel Geoorde fuut van dicht, wat Dodaarsjes en Blauwborsten. Hier kwam een 2de kalenderjaar mannetje Slechtvalk boven ons vliegen. Boven een bosje hing ook een koppel Sperwer.

Eindigend met wat rest van de Ethylvlakte: Roodborsttapuit, zangpost Rietzanger en 4 territoria van Graspieper. De Veldleeuwerik lijkt hier nu verdwenen.

Gelukkig dat de vogels er zitten, anders zou je niet denken dat het al een hele tijd lente is.

Geert Spanoghe

Broedvogelmonitoring in de Gentse Kanaalzone 1 april 2012

Vandaag de eerste grote ronde van het Kluizendok gemaakt met kaarten in de hand. We deden bijna alle vlaktes, slechts hier en daar was er een blokje dat we niet aandeden. De kleine restvlaktes ten noorden van het Kluizendok en de koppelingsgebieden deden we niet. Het was nog maar 2°C toen we aankwamen, maar het werd wel wat warmer en de zon bleef paraat. Voor de nieuwe vlaktes splitsten we ons op in 2 groepen. Al bij al hebben we toch 4 uur gewandeld zonder al te veel dralen.

Als ik zo snel de kaarten eens doorneem kom ik aan:

93 zp Veldleeuwerik maar nog tientallen bijkomende waarnemingen. We komen dit jaar gemakkelijk aan 150 territoria - 13 zp Blauwborst - 19 koppels Patrijs - 25 paar Kievit - 6 zp Rietgors - 2 zp Graspieper, maar deze zijn nog niet aan't zingen - 2 zp Roodborsttapuit - 2 zp Fitis

Verder was het eerder kalm met 3 Tapuiten, 2 Tureluurs, Witgat, 8 Kemphanen, Slechtvalk en 30 Watersnippen.

Geert Spanoghe

Uilentocht 9 en 10 maart 2012

Door slechte communicatie, veel verstrooidheid en misverstanden werd deze tocht op twee verschillende dagen aangekondigd: één keer op vrijdag 9 maart, en een tweede keer op zaterdag 10 maart. Misschien maar goed ook, want de vrijdag waren er een twintigtal deelnemers, en de zaterdagavond een kleine dertig. De twee groepen samen zouden een beetje van het goede teveel geweest zijn.

Tijdens de tocht van vrijdagavond kwam Ben aandraven met een gerevalideerde Bosuil, die hij van het VOC Merelbeke meegekregen had om aan het begin van de tocht vrij te laten. Dat was voor iedereen meteen een goede gelegenheid om ook effectief eens een uil van dichtbij te zien, want tijdens een avondwandeling hoor je die beesten natuurlijk wel (als alles meevalt), maar je moet al veel geluk hebben om ze ook te zien. Wat altijd weer zo indrukwekkend is als je een uil van dichtbij ziet vliegen is dat je hem alleen ziet: het beest is absoluut geruisloos, ook als hij vlak boven je hoofd vertrekt richting Kasteelbos.

Meteen na het afdalen van de steilrand naast de oude pastorie van Schelderode zat er een Steenuiltje te roepen: samen met de vrijgelaten Bosuil een prima begin van een uilentocht. Maar goed ook, want daarna bleef het stil. Op de terugweg hoorden we heel in de verte ook een Bosuil roepen in het kasteelpark van Melsen, maar daar bleef het jammer genoeg ook bij, tot helemaal op het einde van de tocht het Steenuiltje nog altijd vanop dezelfde plek zat te roepen.

Gelukkig is zo'n avondlijke wandeling door de Scheldemeersen nog best sfeervol, want op zaterdagavond lieten alle uilen het afweten. Een tocht die eerst in het donker begon werd trouwens al snel opgelicht met zaklampen, kwestie van niet al te veel trekkende Gewone padden te vertrappelen. Wel, alle uilen lieten het afweten is eigenlijk niet helemaal juist: de kopgroep die flink liep te tateren heeft het niet gehoord, maar toen we via de Trekweg langs de Schelde terugkeerden zat er aan de overkant in Zevergem een Steenuiltje te roepen, en twee eenzame achterblijvers werden blij verrast door een Ransuil die dacht dat de hele groep gepasseerd was en zijn kans waagde om de Schelde over te steken.

Guy Huylebroeck

Spechtentocht 19 februari 2012

BoomkleverVeel volk voor een koude februari-morgen (35 man). Grote bonte en Groene specht en Boomklever lieten zich bijna onmiddellijk horen in het Heilig Geestgoed. Na wat aandringen gaf ook Middelste bonte specht thuis in zijn gekende territorium, waar de Rode eekhoorntjes voor wat afleiding zorgden. Al voor we toekwamen aan het Nerenbos hoorden we de Zwarte specht roepen, hij zou nog een paar keer roepen terwijl we in het bos waren. Onderweg naar het Bruinbos nog Buizerd meegepikt, en aan de ingang van het Bruinbos stond een Brem die volledig onder de gallen zat, wellicht van de Brembolletjesmijt Aceria genista. Aan de rand van het Bruinbos zorgde een Sperwer, die zeker vijf minuten bleef zitten op een dertigtal meter van de groep, voor een mooie afsluiter. Wie goed oplette heeft gemerkt dat we geen Kleine bonte specht gehoord of gezien hebben, hoewel één van de deelnemers nog helemaal op het einde een spechtje zag dat qua grootte goed leek op de Kleine bonte.

Guy Huylebroeck

Zeelandtocht 5 februari 2012

Koning winter regeerde begin februari 2012! Hij had zelfs al een hoop Vogelwerkgroepers fysiek en mentaal platgeslagen. Zo kwam het dat we maar met twaalf waren voor een doodgewoon zondagsuitstapje zoals er dertien in een dozijn zijn. Het was zelfs 5°C warmer dan de dag ervoor in Drongen! Winterkledij was dus bijkomstig. Carpoolend geraken we er sneller dan per bus (trouwens, voor twaalf man is zo’n bus helemaal niet betaalbaar) en zo stonden we al aan het Veerse Meer toen het nog goed dag moest worden. De zuidkant was echter grotendeels bevroren, waardoor de vogels ver zaten. De enige dichte vogels waren een dode Stormmeeuw en een juveniele Blauwe kiekendief die boven de auto’s kwam vliegen. Een beetje verder telden we tientallen van allerlei rare soorten koeien en paarden maar geen vogels in de zilte graslanden. Aan de kreek in het bosgedeelte zagen we, ook weer ver achter het dichte bevroren deel, een blond eendje tussen wat Brilduikers. De telescoop bracht de oplossing: een volledig leucistische Brilduiker (leucisme: kleurafwijking door een verminderde pigmentatie, zodat het dier witachtig wordt). Dat hadden we nog niet gezien.

Dan naar Vlissingen waar we al snel de Kleine Burgemeester op het water zagen zitten. Na een grondige poetsbeurt vloog zij op het dak van de vismijn. Op de Boulevard met zicht op de Westerschelde dronken we een koffie. Op het strand waren ze een partijtje voetbal aan ’t spelen, van het zomers karakter van deze tocht getuigend. Door de polders, waar geen vogels zitten, naar de noordrand van het Veerse Meer. Daar zagen we een hele reeks watervogels van dichtbij. De IJsduiker was zowat de enige die wat verder zat op het meer. Een tiental Geoorde futen en een Wulp met een serieuze klonter ijs aan zijn staart waren de bezienswaardigheden. Neeltje Jans was goed voor een juveniele Kuifaalscholver, veel Rotganzen en een makke juveniele Grote burgemeester, evenwel na een frisse wandeling in het enkel voor voetgangers toegankelijke deel van de buitenhaven. Hier zat ook een mannetje Topper.

Tijd voor het middagmaal in een dorpskern. Boterhammen opeten lag wat moeilijk maar werd afgedwongen (we waren nota bene de enige klanten)! Ze hadden hier Westmalle Dubbel van ’t vat. Dat hadden we ook nog niet gezien. De meesten verkozen echter een Orval. Voor de koffie moesten we naar de Brouwersdam waar duizenden vogels zaten, de meesten weggevlucht van de binnenmeren. Hoogtepunten waren meer dan honderd Kuifduikers, meer dan tweeduizend Brilduikers, duizenden zee-eenden en Eidereenden, wat Toppers, honderden steltlopers, met o.a. Rosse Grutto en bij een tweede passage toch weer spektakel van vijf of zes Grijze zeehonden.

Aan de binnenkant, het Grevelingenmeer, kon het beter. Daar zaten wat meer Blaarmeersen- en Bourgoyensoorten. De laatste etappe ging naar de Prunjepolder en omgeving maar dat was vogelloos. We moesten al vrij ver rijden om enkele groepen ganzen te zien te krijgen.

De zwanen rond Zonnemaire waren ook niet present. Kleine kans dat die al gaan slapen waren, het kaderde evenwel perfect in de grote afwezigheid van vogels op de eilanden. Enkel op het zout water zaten de vogels in aantal. En zo, hoewel we tot de vroege schemering bleven, waren we voor 19u terug thuis.

Geert Spanoghe

Zeearendentocht 29 januari 2012

Een zeearendentocht kan pas geslaagd genoemd worden als je Zeearenden ziet... en we hebben het nestelend koppel inderdaad gezien. Zij het van ver, maar door de telescoop duidelijk herkenbaar en als ze af- en aanvlogen naar de rustboom kreeg je toch een behoorlijke glimp van een deur te zien.

Vroeg vertrokken deze morgen: 7 uur. We zijn dat in deze winterse tijden niet meer gewoon, maar het was een goede oefening om weer vroeg op te staan (het broedvogelmonitoringseizoen staat weer voor de deur), zodat we ruimschoots de tijd hadden om rond Polder Maltha te wandelen, onze klassieke Biesboschwandeling. Wat Nonnetjes en een wijfje Grote Zaagbek maakten er ons attent op dat het toch echt winter is, hoewel de temperaturen die met het vriespunt flirtten dat ook wel deden. Het leven is voor de rappe, zeggen ze soms, maar vandaag was dat niet zo.

De vrienden uit Hansbeke waren bij de trage en dat loonde: Klapekster, gemist door het grootste deel van de groep, maar gegund aan de gelukkige achterblijvers natuurlijk! Rond de schuilhut van Maltha Polder zat een Cetti’s te zingen en flodderde een groepje van een twintigtal Puttertjes in het rond. Een Rietgors hier en daar, een langsvliegend groepje van zes Wilde Zwanen: het kon slechter, hoewel die gemiste Klapekster natuurlijk bleef knagen. 

Rondom Polder Maltha wandelen, dat was de bedoeling, en volgens de kaart (van 2005) kon dat ook nog, maar net voorbij het boswachtershuisje is er een dijk doorgestoken: van land teruggeven aan water zijn ze in de buurt van de Hedwigepolder misschien wel vies, maar niet zo in de Biesbosch. Zeker niet na de heftige overstromingen van een paar jaar geleden. Enfin, pacta en servanda en zo: Hedwige volgt nog wel. Onderweg liepen er Reetjes en Vossen in de velden, we waanden ons bijna aan het Lac du Der - ook de grote dichtheid aan Grote Zilverreigers droeg trouwens bij aan dat gevoel. Na wat opwarmen in het jachthavencafeetje waren we klaar voor het serieuze werk: de fluisterboot, met zowaar een stoofke om ons te verwarmen. De mensen van de fluisterboot kan je geen gebrek aan customer care verwijten. Enfin, het hoogtepunt heb ik al verklapt natuurlijk: de Zeearenden.

We zagen ook drie Reetjes mooi vanop de boot, allerte oortjes, stijf rechtop tussen het riet, IJsvogeltje, Bruine Kiekendieven, een mannetje Grote Zaagbek, en vooral: heerlijke snert en een dreupel van het huis. Plus de mooie Biesbosch natuurlijk. Wie dit gebied nog niet kende was aangenaam verrast, voor de anderen was het een blij weerzien. Volgend jaar gaan we weer eens voor de dauwtocht in mei: rietvogels, Gekraagde roodstaarten en Nachtegalen in overvloed.

Guy Huylebroeck

Oostkusttocht 22 januari 2012

Eind januari trokken we met 15 man naar de Oostkust. De eerste twee toppers waren de IJseend te Zuienkerke en de ‘Kumlieni’ kleine burgemeester op het strand van Zeebrugge. Van de eerste zagen we mooi het paapjespatroon van de buitenste staartpennen tijdens het duiken. Bij die tweede kies je zelf maar: ofwel aanzie je zo'n Kumliens Meeuw als een volwaardige soort (en dan ben je een zeer gelukkige twitcher), ofwel beschouw je het als een ondersoort (en dan maakt het allemaal niet zoveel uit), ofwel als een vogel uit een hybride populatie (wat waarschijnlijk het dichtste de realiteit benadert). In het laatste geval is dat dan zoiets als een Kuifeend x Tafeleend of Roodhalsgans x Brandgans. Slecht nieuws in dat geval voor jouw life-, Belgische of jaarlijst. We konden wel met het blote oog vanop 500 meter vaststellen dat ze de witste meeuw van het strand was, die verdienste had ze uiteraard wel.

Een beetje verder vlogen door de harde westenwind een duizendtal Zilver- en een 250 Drieteenmeeuwen tegen de Westdam aan. Hiertussen ook twee Noordse stormvogels, een Zeekoet, een levende en een dode Alk (die laatste werd even opgetild door een Grote mantelmeeuw). Even tot op de punt van de Westdam gereden. Daar was, dachten we, naast de zogezegde enige whale-crier ter wereld (die van Hermanus in Zuid-Afrika), een tweede bezig vanop de hoge toren. Toen we iets verstonden van ‘verboden’ en ‘terugkeren’, wisten we dat hij het niet over walvissen had en keerden we maar terug. Op het grote dok zat enkel een mannetje Eider.

Een toertje in Uitkerke was goed voor een groep Kleine rieten (het grootste deel keert al terug richting Spitsbergen begin januari), wat Goudplevieren en Kemphanen. Op de terugweg van de bakker zagen we een prachtig ongeringd (dus wellicht wild) adult mannetje Roodhalsgans tussen de Kollen langs de kustweg nabij Wenduine. Bingo!

Een kort bezoek aan de dokken van de Achterhaven was goed voor een Kuifduiker op minimumafstand, en dan sla ik de Gewone zeehond (die je zelfs met een breedhoek kon fotograferen) in het haventje van Blankenberge al over. Naast zes Meerkoeten, een Waterhoen en een Dodaars was die zeehond trouwens zowat het enige dier in deze haven. Al hadden we een 150 Steenlopers met wat Paarse strandlopers ertussen eerder de haven zien uitvliegen. De Baai van Heist scoorde met een Oeverpieper, een zak Rotganzen en wat Kneus, maar geen spoor van de vijftig Sneeuwgorzen die ons in de voormiddag gemeld waren. Op zee wel steevast passage van Drieteenmeeuwen à rato van vijf à tien per minuut. Het was al vrij laat en we keerden snel terug via het Kluizendok waar we de schaapjes bewonderden, de meeuwenslaapplaats telden en de 19 honkvaste Knobbels passeerden.

Geert Spanoghe

Bokjes trappen 18 december 2011Bokjestocht

Met maar liefst 30 deelnemers zijn de Bokjes nog nooit zo populair geweest. Het gezellige voorjaarsweertje zal daar zeker wel voor iets tussen gezeten hebben. Het was trouwens de eerste keer in drie jaar dat de grond niet bevroren lag. Niet goed om Bokjes te trappen. Het was helaas ook de eerste keer in drie jaar dat de terreinen zo vochtig lagen. Ook al niet goed om Bokjes te trappen. Je merkt het: kieskeurige beestjes, die Bokjes. En wat mannen ook over vrouwen mogen beweren: een bok is wel degelijk een mannelijke geit.

Geert heeft ons meegetroond naar alle vochtige meersen in het Gentse: de achterkant van de Bourgoyen, de Assels, de Snippemeersen en Malem. Niets mocht baten: amper één Bokje liet zich verschalken, en dat werd door de meeste deelnemers nog gemist ook. Veel Watersnippen, dat wel, maar die vliegen veel Bokjesneller op dan Bokjes en maken daarbij lawaai, iets wat Bokjes niet doen. Die laatste vliegen pas op als je er bijna op trapt, vallen vlugger in dan Watersnippen en hebben een rechte vlucht in plaats van een zigzagvlucht.

Dat we bijna geen Bokjes zagen, wil niet zeggen dat we ons niet geamuseerd hebben - de meesten onder ons toch. Voor wie niet gemerkt had dat Geert in de Assels over een plank wou lopen maar naast de plank wandelde en daarbij kopje onder ging, zal het misschien wel wat minder leuk geweest zijn, maar het weer was zo warm dat iedereen met water in de laarzen die met de glimlach leegde na de tocht.

Guy Huylebroeck

Activiteitenverslag Weekend Zouweboezem 2016

Activiteitenverslag Weekend Zouweboezem 2016

Activiteitenverslag Weekend Zouweboezem 2016

Activiteitenverslag Weekend Zouweboezem 2016

Activiteitenverslag Weekend Zouweboezem 2016

Activiteitenverslag Weekend Zouweboezem 2016

Activiteitenverslag Weekend Zouweboezem 2016

Activiteitenverslag Weekend Zouweboezem 2016

U bevindt zich hier: