Nachtvlinderwerkgroep

In België werden al meer dan 2.500 soorten vlinders vastgesteld. Velen horen het nu vast even donderen in Keulen. Zo veel? Jep, zo veel! Voor de meesten houdt het immers op bij Atalanta, Dagpauwoog, Citroentje en Koninginnepage. Nachtvlinders worden gemakshalve straal genegeerd. Toegegeven: motten zijn bij de doorsnee leek niet echt hip, volledig onterecht. Ze zijn met veel, ze zitten overal en eens je de smaak te pakken hebt, wordt nachtvlinderen een verdomd verslavende bezigheid. Al was het maar omwille van hun intrigerende namen. Wat te denken van Huismoeder, Hyena, Grauwe monnik of Dromedaris? En neen, ze zijn niet allemaal bruinig en ze zien er niet allemaal eender uit. Een eerste ontmoeting met een Ligusterpijlstaart is behoorlijk indrukwekkend, of met een Groot avondrood, een Dennenpijlstaart, Pauwoogpijlstaart of Lindepijlstaart. Alle nachtvlinders die in niets moeten onderdoen voor de meest exuberante soorten uit de tropen.

Deze soortenrijke groep zat tot voor kort in de vergeethoek. Reden: er waren enkel dure (vooral Engels- en Duitstalige) determinatiewerken en de meeste soorten hadden geen Nederlandse naam. Met het verschijnen van ‘Nachtvlinders, veldgids met alle in Nederland en België voorkomende soorten’ veranderde plots alles. Nachtvlinders werd een hype. Ook bij ons.

Natuur.Boven-Schelde wou deze trein niet missen en richtte meteen een cursus nachtvlinders in. Met succes, want een aantal cursisten behoort nu tot de meest gedreven onderzoekers van Vlaanderen. Vooral in Merelbeke worden hoge toppen gescheerd. Het onderzoek spitst zich vooralsnog toe op het Gentbos (281 soorten), de Makegemse Bossen (249 soorten) en De Putten (236 soorten). In elk gebied werden topsoorten ontdekt, typisch voor oude bossen (bv. Donkere jota-uil, Bruine groenuil, Geelbruine bandspanner, Coureurmotje) of moerassen (bv. Geelbruine rietboorder). De diehards zien ze ook in grote getale vliegen in eigen tuin. Best verrassend hoeveel soorten je daar kan te pakken krijgen. Topper is een tuin in de Kwenenbos, goed voor 567 soorten. Van biodiversiteit gesproken! En in een tuin in het centrum van Merelbeke werd zelfs al een Klein geel weeskind gevangen, meteen een nieuwe soort voor België. De teller voor Merelbeke staat intussen op 690, alles bij elkaar geïnventariseerd door een handvol vlinderaars. Op naar de 1.000!

En toch is er één nadeel aan nachtvlinderonderzoek: je kan het moeilijk op voorhand plannen. Op zich kan het bijna jaarrond, dat wel, maar vooral zachte, windstille en droge nachten zijn interessant. Wil je een keertje mee op pad, geef dan een seintje aan Hugo Van Doorslaer (hugo.vandoorslaer@skynet.be). Voor elke volgende vangsessie word je dan per mail uitgenodigd.

PauwoogpijlstaartPopulierenpijlstaart