Reservaten Natuurpunt Boven-Schelde

De Krommenhoek 

Het natuurgebied de Krommenhoek werd aangekocht door de gemeente De Pinte. Sinds 2002 heeft de gemeente een gebruiksovereenkomst afgesloten met de Natuurpunt afdeling Boven-Schelde. De Krommenhoek is een onderdeel van een grote geheel ‘De Scheldemeersen’, gelegen te Zevergem en Merelbeke zowat 600 ha groot en reeds 120 ha in beheer bij Natuurpunt.  

De naam ‘de Krommenhoek’ verwijst naar het bochtig tracé van de oude Scheldemeander die reeds in de 19e eeuw werd afgesneden van de eigenlijke Schelde. Samen met de 6 ha vochtige hooilanden rondom deze meander, wordt dit gebied  beheerd door één vroege maaibeurt in het voorjaar en nabegrazing door runderen van plaatselijke landbouwers. Bijbemesten, bijvoederen, vergif sproeien kunnen niet . Dit specifieke beheer is gericht op de ontwikkeling van soortenrijke hooilanden met o.a. Pinksterbloem en Echte koekoeksbloem. De waterplanten- en moerasvegetatie van de meander is erg gevarieerd met soorten als Gele plomp  en zeldzaamheden zoals Grote egelskop en Grote boterbloem. De meander werd vroeger intensief gebruikt als visvijver, na het stopzetten van dit recreatieve gebruik kon het natuurlijk systeem zich snel herstellen. Talrijke soorten libellen zoals de vrij zeldzame Kleine en Grote roodoogjuffer en Keizerlibel komen hier nog veelvuldig voor. Ook de IJsvogel vist hier graag zijn kostje samen.

Het natuurgebied werd opengesteld voor het publiek door een permanent wandelpad doorheen het gebied. Jaarlijks worden ook een tweetal educatieve wandelingen georganiseerd onder leiding van een natuurgids. 

De Spanjaardmeersen

Deze graslanden met afwateringsgrachtjes zijn aangekocht in 2003  en opgenomen in het  natuurreservaat ‘Scheldemeersen’, een valleigebied van 600 ha gelegen te Zevergem en Merelbeke, waarvan reeds 120 ha in beheer bij Natuurpunt Boven-Schelde, deze beheert het gebied in samenwerking met landbouwers voor maaien en begrazen. Enkele afwateringsgrachten werden uitgediept naar oorspronkelijk niveau, zodoende kan het verzuurde winterwater afvloeien, wat de hooilandflora ten goede komt. Her en der worden er wat houtkanten aangeplant voor de zangvogels.

In de buurt broedt de Gekraagde roodstaart, een echte grensvogel. Aan de overkant van de Schelde komt de vogel (momenteel) niet voor. 

De Putten

Het natuurgebied de Putten (16 ha, deelgemeente Melsen) maakt deel uit van de Scheldemeersen. De ontstaansgeschiedenis heeft een industrieel verleden, het gebied werd namelijk gebruikt voor het uitbrikken van gronden. Dit betekent dat de kleilaag werd uitgegraven voor de productie van bakstenen. Deze zogenaamde ‘scheldesteen’ werd ter plaatse gebakken in kleine veldovens.  Door de hoge grondwaterstand ontwikkelde op deze uitgebrikte terreinen vrij snel een moerassig gebied, waar hooguit Canadapopulieren stand hielden, deze werden dan ook massaal aangeplant ten behoeve van de stekjesfabrieken te Geraardsbergen, maar ook dat is ondertussen industriële archeologie.

In 1993 werden de eerste aankopen gerealiseerd en inmiddels is het natuurgebied uitgegroeid tot een mozaïek van 16 ha vochtige hooilanden, meersen, moerassen,  en broekbosjes. Van de oude populierenbosssen resten nog enkele percelen voor de Wielewaal en de Kleine bonte specht, twee niet veel voorkomende vogelsoorten die graag hun kostje in die bomen zoeken.

‘De Putten’ is een onderdeel van het natuurreservaat ‘De Scheldemeersen’, waar Natuurpunt reeds een 120 ha in beheer of in eigendom heeft. De Scheldemeersen situeert zich te Merelbeke en  De Pinte (goed voor een 600 ha oppervlakte), mogelijks komt later ook de Scheldevallei van Gavere bij ons in beheer. Zulke grote oppervlakten kunnen alleen met graasbeheer open gehouden worden. Momenteel gebeurt dit in samenwerking met landbouwers. Zij mogen bij kleinere percelen 1 of 2 koeien per hectare plaatsen. Als we besluiten om een wastinebeheer toe te passen op percelen die 25 ha of groter zijn, dan kan dat één koe per 3 ha bedragen. Bosjes worden dan mee in het beheer opgenomen. Een wastine is een gebied waar struwelen, bosjes en weiden in elkaar overlopen zonder scheidingslijnen.  

Het beheer van De Putten is momenteel  gericht op het tegengaan van het verstruwelen van de moerassen, het ontwikkellen van soortenrijke hooilanden en het omvormen van de populierenbossen tot inheemse broekbossen. Met een afwateringssluisje langs de Schragebeek kunnen we de waterstand controleren. Dit is nodig omdat we rond juni minstens  10 cm water nodig hebben in de moerassen, voor broedvogels zoals het Porseleinhoen.

Er komt een opvallende fauna voor, met als vogelsoorten Blauwborst, Waterral, Cetti’s zanger, Kleine Karekiet, Bosrietzanger en Rietzanger, om dan nog de Rietgors en Sprinkhaanzanger te vergeten. Met andere woorden, De Putten vormt een goede leerschool om de zangvogels te leren kennen in de periode rond mei. Opvallende verschijning bij de zoogdieren zijn Hermelijn en Vos. In De Putten alleen hebben we vier amfibiepoelen uitgraven, waarin Groene kikker, Kleine watersalamender, Alpenwatersalamander… voorkomen. Wat de flora betreft mikken we vooral op Echte koekoeksbloem, Tweerijige zegge en Pijptorkruid voor de vochtige hooilanden, Poelruit zien we graag groeien tussen het Moerasspirea. Als we enkele ruigten gehooid hebben zijn Zeegroene muur en Schildereprijs leuke vindertjes. Voor mensen die het kleinere opzoeken zoals vlinders en libellen kunnen verrassingen tegenkomen, zo is er naar nachtvlinders al heel wat onderzoek verricht.

Het gebiedje is te bezichtigen langs de Trekweg (Scheldedijk) en de Meersstraat. Jaarlijks wordt er één of enkele geleide wandelingen georganiseert.

De Taerwemeersch

Het erkend natuurgebied De Taerwemeersch ligt op het grondgebied van Gavere, in de Scheldevallei te Semmerzake. De Vereniging voor Natuur en Landschap in Vlaanderen en Natuurpunt heeft hier een tiental hectaren in eigendom die ze beheert als natuurgebied. Dat gebeurt in samenwerking met de gemeente en lokale landbouwers. Onder andere op de dag van de natuur is er vrijwilligersinzet van sympathisanten bij natuurbeheerwerk. De percelen liggen verspreid over de Scheldemeersen, op de rechteroever van de Schelde.

De Taerwemeersch ligt in een van oudsher kleinschalig hooiweidegebied met knotwilgenrijen en bosjes. Het overstroomde geregeld in het winterhalfjaar. Na de verbredingswerken aan de Schelde in het begin van de zeventiger jaren van vorige eeuw en de waterbeheersing op de Schelde met de Ringvaart, gebeurt dat sindsdien minder of niet meer.

Door middel van een  grofmazig netwerk van sloten en greppels watert het gebied van de Scheldemeersen af naar de Schelde.

De flora van vochtige hooilanden komt nog verspreid voor en wijzen op elementen van dotterbloemgrasland. Echte koekoeksbloem en Watermunt tref je aan op perceelsgrenzen. Ook Tweerijige zegge, Moerasvergeet-mij-nietje en Poelruit komen voor op nattere plekken.

In de knotwilgen vinden de Holenduif en Steenuil een broedgelegenheid. Samen met de Ransuil die voorkomt in de bosjes, is de Steenuil een  typische uilensoort voor de Scheldevalllei. De Torenvalk en Buizerd  zijn twee regelmatig voorkomende dagroofvogelsoorten. Ook Grasmus, Zwartkop, Gekraagde roodstaart en Ringmus zijn broedvogels van de Taerwemeersch.

In de poelen en sloten vind je Bruine kikker, Gewone pad, Groene kikker en Alpenwatersalamander.

De werkgroep Beheer streeft naar behoud en herstel van de Scheldevallei als een landschap met bloemrijke graslanden, sloten en bomenrijen, enkele poelen, bosjes en haagkanten. Op deze wijze wil Natuurpunt bijdragen aan het voor de toekomst veilig stellen van een landschap met verscheidenheid, en levensmogelijkheden bieden voor een meer gevarieerd planten- en dierenleven.

Toegankelijkheid: de percelen van het erkend natuurgebied zijn goed te overzien vanop de onverharde wegen die openstaan voor voetgangers; vanop de trekweg langs de rechteroever van de Schelde heeft men een goed overzicht op de Scheldemeersen. Iedereen is welkom op de aangeduide wegen en natuur is er voor iedereen. Laat geen afval achter en respecteer flora en fauna. De grasland- en bospercelen zelf zijn niet toegankelijk om reden van begrazing en mogelijke verstoring van plantengroei en dierenleven.

Sint-Elooisput

Natuurpunt beheert samen met de gemeente Merelbeke het natuurgebied St-Elooisput. Het gebied bestaat uit deels moeraszone, deels broekbos (zeer vochtig bos met Wilgen en Zwarte elzen) tussen de Oude Scheldearm en de Scheldedijk.

Naast de Scheldemeander bemerken we een pittoresk hoekje van Merelbeke, de St Elooiskapel met links en rechts twee boerderijen, gelegen langs de Brande(gem)se ham, de ‘gem’ kan verwijzen naar de Frankische periode (600 nC). We hebben hier niet alleen een prachtig natuurgebied maar ook mogelijks een archeologische site.

Terug naar de moeraszone. Deze is ontstaan doordat in het begin van vorige eeuw de bovenste laag klei tot 1m diep werd afgegraven, ten behoeve van de steenbakkerij. Tot voor begin jaren 90 was dit een gebied een monotoon populierenbos. Na het kappen van de populieren werd het gebied beheerd door begrazing met onder andere Exmoor pony’s. Dit resulteert in een open en gevarieerde vegetatie. Momenteel worden een 120-tal hogere plantensoorten geteld en is het een ideaal terrein voor tal van typische moerasvogels zoals Rietgors en Blauwborst, maar ook zeldzame soorten zoals Porseleinhoen en Zomertaling zijn reeds opgemerkt.

In dit gebied zijn van mei tot december een tweetal Exmoor pony’s aanwezig. Omdat de oppervlakte te klein is en daardoor niet genoeg voedsel aanwezig is, kunnen deze dieren niet overwinteren op het terrein. Exmoor pony’s gedijen goed op een dieet van kruiden, netels en distels,  plantenwortels, bladeren en bast van bomen. Het zijn dieren met een goedaardig karakter, maar het is verboden ze bij te voederen.  In het begin van de winter lijkt het soms alsof deze dieren aan hun lot zijn overgelaten, maar geen nood, dankzij hun dikke vacht kunnen ze tegen de meest barre winteromstandigheden. Momenteel is een studie aan de gang om de ponysoort als wild te bestempelen. Ze behoren in ieder geval tot één van de oudste rassen.